De auto laadt 's avonds in de garage en later controleer je de status op je telefoon. 's Ochtends is de geladen energie voor de rit belangrijk; aan het einde van de maand gebruik je de gegevens van diezelfde laadsessie voor het verbruiksoverzicht.
Het laadpunt, de app en de cloud lijken samen één systeem, maar hebben elk een eigen taak. Door afzonderlijk te bekijken hoe de energie stroomt en hoe de gegevens worden uitgewisseld, weet je wat je van elk onderdeel kunt verwachten.
Bij aansluiten werkt het lokale systeem
In het voorbeeld sluit je de auto aan op een Zaptec Go 2. De installatie, de kabel en de auto maken laden met 11 kW mogelijk en aan de startvoorwaarden is voldaan.
Het laadpunt verzorgt lokaal de communicatie met de auto en regelt het laadproces. De energie loopt via de elektrische installatie van het gebouw, het laadpunt en de kabel; de telefoon maakt geen deel uit van dat elektrische pad.
Bij AC-thuisladen zet de boordlader in de auto wisselstroom om in gelijkstroom voor de accu (Zaptec-uitleg over AC-laden). Daardoor bepaalt ook de boordlader hoeveel vermogen de auto kan opnemen.
Op de telefoon zie je status en bediening
In de app kun je zien of de auto laadt en welke bediening voor jou beschikbaar is. De zichtbare status en mogelijke acties hangen af van je rechten (Zaptec-app).
Je hoeft daarvoor niet terug naar de garage. Wil je iets wijzigen, gebruik dan de interface die binnen jouw configuratie voor die handeling is bedoeld.
De online status en actief laden zijn twee verschillende zaken. Zaptec documenteert de verbinding, het vermogen en het kabelslot afzonderlijk (statusgegevens). Een online laadpunt kan nog steeds op de start van het laden wachten.
De cloud verbindt data en beheer op afstand
Cloud is een dienst via internet die laadpuntdata naar de telefoon brengt. Pro-netwerkdocumentatie noemt status, opdrachten en versleuteling (Zaptec-netwerkcommunicatie).
De telefoon hoeft niet naast de auto, maar beide moeten de dienst bereiken.
Beoordeel daarom het laadpunt en de online dienst als één geheel. Het nominale laadvermogen zegt op zichzelf niets over de mogelijkheden voor monitoring en rapportage.
Na twee uur werk je met energiedata
Bij twee uur laden met een constant vermogen van 11 kW wordt theoretisch 22 kWh geleverd: 11 kW × 2 uur. In de praktijk kan het vermogen tijdens de sessie variëren.
11 kW is vermogen, 22 kWh is energie. Voor het maandverbruik is de tweede grootheid relevant. Door omzetting en hulpverbruik kan de energie die in de accu terechtkomt daarvan afwijken.
De ingebouwde MID-meter van Go 2 meet het verbruik (Go 2-meting en functies). Bewaar ook het tijdstip en de gebruiker, zodat je de meting later goed kunt duiden.
Het overzicht beantwoordt de maandvraag
Wil je weken later een overzicht maken, dan heb je de gegevens van voltooide laadsessies nodig en niet alleen de actuele status.
Het Zaptec Portal toont en exporteert laadgegevens per periode, installatie, lader en gebruiker (Zaptec Portal). Test vóór aankoop of je met je eigen toegangsrechten het benodigde overzicht kunt maken.
Voor één gezinsauto is minder uitsplitsing nodig dan wanneer je zakelijk en privégebruik wilt scheiden. Geef daarom al vroeg aan welk overzicht je uiteindelijk nodig hebt.
Een externe dienst verandert de rolverdeling
Leg vooraf vast welk systeem het laadproces aanstuurt. Bij OCPP Cloud beheert Zaptec de energiedeling; bij een rechtstreekse OCPP-verbinding stuurt het externe centrale systeem het laden aan en wordt Zaptecs geavanceerde last- en fasebeheer niet ondersteund (twee verbindingen).
Zorg dat je weet in welke interface je het laden start of wijzigt en bij wie je terechtkunt voor ondersteuning. Test bij de oplevering het hele traject, van het aansluiten van de auto tot het terugvinden van de gegevens, en noteer welke interface en dienstverlener je gebruikt.
Wil je een eenvoudig beheersbaar laadsysteem?
Vermeld op onze contactpagina de auto, het aantal gebruikers en of je het laden op afstand wilt controleren of rapporten nodig hebt. We bespreken de passende Zaptec-oplossing.

