Op een parkeerterrein met twintig parkeervakken vragen vandaag twee bewoners om een laadpunt. De anderen willen later beslissen, maar ook voor hen moet aansluiten eenvoudig blijven. De installatie van de eerste twee laadpunten beïnvloedt dus hoe het hele parkeerterrein later kan functioneren.
Een goed plan laat zien wat je nu moet voorbereiden en wat later met de vraag kan meegroeien. Zo kunnen de aanleg van de gemeenschappelijke infrastructuur en de aanschaf van de laadpunten elk hun eigen tempo volgen.
Plan nu al hoe de volgende tien bewoners aansluiten
Ontwerp bij de eerste werkzaamheden al hoe de stroom later de volgende parkeerplaatsen bereikt. Keuzes die je nu maakt over kabelroutes, de plaats van de verdeelkast, aftakkingen en dataverbindingen bepalen mede hoe eenvoudig je later kunt uitbreiden.
Denk je alleen aan de twee huidige plaatsen, dan moeten deze vragen mogelijk bij iedere nieuwe aanmelding opnieuw worden onderzocht. Een schets van de eindsituatie geeft de uitvoering richting, ook als nog niet bekend is wanneer de overige laadpunten worden geplaatst.
Dat betekent niet dat je meteen twintig apparaten moet bestellen. Leg vast welke voorbereiding in volgende fasen bruikbaar blijft en wat moet worden aangepast wanneer de vraag groeit.
De montageplaat van de Pro kun je vooraf installeren
In een Zaptec Pro-systeem kan het laadpunt later op een vooraf gemonteerde montageplaat worden geplaatst. Zolang er nog geen apparaat op zit, biedt de fabrikant ook een beschermkap voor de plaat. De mogelijkheden worden toegelicht op de pagina over het Pro-systeem en de productpagina van de Backplate Cover.
Zo kun je de gemeenschappelijke werkzaamheden los plannen van de montage van de afzonderlijke laadpunten. Een deel van het gezamenlijke werk kan plaatsvinden wanneer het hele parkeerterrein toegankelijk is. De laadpunten zelf kunnen vervolgens worden geplaatst naarmate bewoners zich aanmelden.
Elke uitbreiding vereist technische controle en ingebruikname. Wanneer een nieuw laadpunt op de montageplaat wordt geplaatst, moet worden gecontroleerd hoeveel stroom beschikbaar is, of de dataverbinding werkt en of het laadpunt aan de juiste installatie is toegewezen.
Het vermogen van twintig laadpunten is niet hetzelfde als de dagelijkse behoefte van twintig auto's
Stel dat je voor twintig auto's elk een laadmogelijkheid van 11 kW wilt. De som van de nominale maxima is 220 kW. Om de dagelijkse opgave te begrijpen, moet je echter ook weten hoeveel energie moet worden bijgeladen en hoelang de auto's stilstaan.
In ons voorbeeld heeft elke auto, gemeten bij het laadpunt, 18 kWh nodig en staat die acht uur geparkeerd. De drie uitbreidingsfasen zien er dan zo uit:
| Auto's die moeten laden | Totale dagelijkse laadbehoefte | Gemiddeld vermogen over acht uur |
|---|---|---|
| 2 | 36 kWh | 4,5 kW |
| 10 | 180 kWh | 22,5 kW |
| 20 | 360 kWh | 45 kW |
Die 45 kW is alleen een rekenkundig gemiddelde; daaruit volgt niet dat een aansluiting met dat vermogen voldoende is. Bij de werkelijke dimensionering tellen ook de fasen, de minimale laadstroom, verschillen tussen auto's en de aankomsttijden mee.
Van de tabel naar een uitbreidingsbesluit
De gegevens van de eerste twee auto's laten al zien hoe hun dagelijkse laadbehoefte zich ontwikkelt. Vergelijk die voordat je naar tien laadpunten uitbreidt met de beschikbare elektrische capaciteit. Bij twintig laadpunten kun je opnieuw beoordelen of de oorspronkelijke aannames nog gelden.
Als voor twintig auto's gedurende acht uur gemiddeld slechts 30 kW beschikbaar is, levert dat 240 kWh op. Ten opzichte van de 360 kWh in het voorbeeld ontbreekt dan 120 kWh. Daar moet het ontwerp een antwoord op geven: reken met meer laadtijd of meer elektrische capaciteit, of onderzoek of de dagelijkse energiebehoefte werkelijk zo groot is.
Schaalbaarheid heeft dus twee kanten: er moet plaats zijn voor het nieuwe apparaat én voldoende energie voor de nieuwe auto.
Verdeel de beschikbare capaciteit
De dynamische fase- en load balancing van de Pro helpt de gezamenlijke capaciteit beter te benutten. Alle momenteel aangeboden Pro-modellen hebben een MID-meter. De productinformatie van de Zaptec Pro beschrijft beide mogelijkheden.
Om het systeem het wisselende verbruik van het gebouw te laten volgen, is ook een meetverbinding nodig. Zo kunnen de laadpunten de stroom gebruiken die op dat moment beschikbaar is. De meerwaarde van de verdeling wordt zichtbaar wanneer auto's op verschillende momenten aansluiten of klaar zijn met laden.
De kant van de gebruiker is net zo belangrijk. Geef de derde bewoner dezelfde duidelijke toegang en hetzelfde begrijpelijke verbruiksoverzicht als de eerste twee. Test dat tegelijk met de proeflaadsessie van het nieuwe punt.
Vraag bij de eerste offerte om twee tijdlijnen
De ene tijdlijn toont de laadpunten die nu worden geplaatst en de gemeenschappelijke voorbereiding. De andere beschrijft de stappen voor latere uitbreiding en de momenten waarop de elektrische capaciteit opnieuw moet worden beoordeeld.
Neem daarvoor een plattegrond van het parkeerterrein mee, plus het huidige en verwachte aantal gebruikers en hun gebruikelijke aankomst- en vertrektijden. Na een doordachte eerste installatie weet je bij de volgende aanmelding al hoe het laadpunt wordt geplaatst en hoe de gebruiker toegang krijgt.
Houd nu al rekening met de toekomstige behoefte van het parkeerterrein
Vermeld op de contactpagina hoeveel parkeervakken er zijn, hoeveel laadpunten jullie nu willen en hoe het parkeerterrein is ingedeeld. Geef ook aan of er een plattegrond beschikbaar is, zodat we die later zo nodig kunnen bespreken. Op basis daarvan helpen we een stapsgewijs uitbreidbaar Zaptec Pro-systeem te kiezen.

